9 oktober 2026

Eerste reactie Kunsten ’92 

Op de brief Visie op cultuur en cultuursubsidies vanaf 2029

Op 9 oktober 2026 stuurde minister Letschert van OCW een brief aan de Tweede Kamer met voorstellen voor een herziening van het cultuurbestel vanaf 2029. Lees HIER de brief. Onze eerste reactie:

Tijd voor verandering
Al meer dan een decennium praten we over de broodnodige veranderingen aan het cultuurbestel. De Raad voor Cultuur heeft de opgave helder neergezet: meer mensen moeten cultuur kunnen beleven, zelf meedoen en hun talent ontwikkelen, waar ze ook wonen. Tegelijk zijn makers en organisaties te veel tijd kwijt aan aanvragen en verantwoorden. Elke vier jaar staat er weer veel op losse schroeven. Die kortademigheid belemmert het opbouwen van een sterk cultureel leven. Kunsten ’92 wees daar al vaker op, onder meer in ons Vijfpuntenplan van april 2025.

Het is dan ook goed dat de minister werk maakt van een herziening van het cultuurbestel en dat zij zegt haar plannen te willen toetsen bij het culturele veld. Wel was het logischer geweest om voorafgaand aan deze voorstellen samen met de culturele sector een visie op de BIS te formuleren. Niet alleen over welke instellingen worden bekostigd, maar vooral over welke functies de BIS voor het culturele veld vervult en hoe zij het veld ondersteunt.

Geld
Voor deze verbouwing ontbreekt het geld. De minister wil het cultuurhuis toegankelijker maken, met meer ruimte voor nieuwe makers en een sterker aanbod in het hele land. Ondertussen stijgen de kosten en groeit het budget onvoldoende mee. Met alleen een nieuwe plattegrond krijgen we er geen kamer bij. De Raad voor Cultuur verbond zijn voorstellen daarom aan extra investeringen. Die kun je niet uit het plan weghalen en dezelfde uitkomst verwachten. Er is geld nodig voor de overgang én voor de ambities, met structurele loon- en prijsbijstelling om verdere uitholling te voorkomen. De eerste zorg van Kunsten ’92 ligt dan ook op het financiële vlak (zie volgend blok).

Van vier naar acht jaar
De mogelijkheid van een subsidieperiode van maximaal acht jaar kan veel in beweging zetten. De minister biedt daarmee ruimte voor maatwerk: langdurige zekerheid voor functies die continuïteit nodig hebben, kortere en flexibele financiering voor makers, projecten en experimenten. Ook stabiele instellingen kunnen daardoor meer investeren in vernieuwing en talent. Benut die ruimte dan ook voor een andere manier van beoordelen: meer vertrouwen, leren en bijsturen.

Medeoverheden en spreiding
Het is goed dat de minister samen met gemeenten en provincies afspraken wil maken. Gemeenten en provincies investeren veel in cultuur. Kunsten ’92 ziet dat rijk, gemeenten en provincies steeds meer als één overheid werken, maar constateert dat de samenwerking nog niet gelijkwaardig is. Voor een zorgvuldige transitie naar een nieuw cultuurbestel is een goede verdeling van verantwoordelijkheden en een gelijkwaardige samenwerking tussen de overheden van cruciaal belang. Leg de gezamenlijke doelen als kompas vast. Beloon daarbij de inzet van gemeenten en provincies die investeren: met matching kan het Rijk lokale en regionale ambities versterken en nieuwe investeringen uitlokken.

Nabijheid en betaalbaarheid van culturele voorzieningen staan onder druk. De culturele infrastructuur is geografisch gezien onevenwichtig verdeeld. Het zou niet uit moeten maken waar je woont om gemakkelijk naar een voorstelling of museum te gaan of om zelf deel te nemen aan cultuur. Een aanvullend provinciaal instrument kan positief uitpakken, onder voorwaarde dat daar aanvullende middelen mee gepaard gaan. Als punt van zorg ziet Kunsten ’92 de versnippering waar culturele organisaties bij hun aanvragen tegenaan kunnen lopen.

Basisinfrastructuur en rijkscultuurfondsen
De overheveling naar fondsen vraagt grote zorgvuldigheid én sterke fondsen. De minister zegt terecht dat de functies van de huidige basisinfrastructuur behouden moeten blijven. Dan moet concreet worden hoe ze worden geborgd. Voorzieningen waarop anderen bouwen, zoals plekken voor talentontwikkeling, hebben continuïteit nodig; bij andere regelingen is juist meer ruimte voor in-, door- en uitstroom wenselijk. De fondsen krijgen daarmee een forse taak. Geef ze ook de mensen, middelen en het mandaat om die goed te vervullen, met behoud van deskundigheid en onafhankelijke, transparante beoordeling.

Wat betreft de mogelijke consolidatie naar drie fondsen, wijst Kunsten ’92 op het belang van zorgvuldige, deskundige en transparante advisering. Enerzijds moet worden voorkomen dat afzonderlijke disciplines ondersneeuwen. Anderzijds dient de beoordeling van functies voldoende interdisciplinair en ontwikkelgericht plaats te vinden. Bij een andere indeling vraagt Kunsten ’92 specifiek aandacht voor o.a. beeldende kunst, literatuur, cross-over-vormen van cultuur, en ontwikkelinstellingen.

Proces & Draagvlak
Overheveling én herinrichting vormen samen een grote operatie. Kunsten ’92 maakt zich zorgen of deze transformatie voor 1 januari 2029 te realiseren is. Het is dan ook goed dat de minister wil faseren. Neem de tijd om dit eerst uit te denken, betrek het veld bij de uitwerking en geef makers en instellingen tijdig duidelijkheid. Richt een goed proces en heldere procedures in. Als noodzakelijke onderdelen noemt Kunsten ’92:
– voldoende checks & balances rondom de macht: de relatie tussen de Tweede Kamer en de minister van OCW en tussen de rijkscultuurfondsen en de Tweede Kamer.
– transparantie in proces, beoordeling en monitoring, voor blijvend vertrouwen. Dit geldt ook voor de nieuwe rol van de Raad voor Cultuur (staatsrechtelijk) en positie van de rijkscultuurfondsen als ZBO.

Financiële zorgen 
– Er zijn geen aanvullende middelen voorzien voor de culturele en creatieve sector zoals de Raad voor Cultuur stelt in zijn adviezen ‘Toegang tot Cultuur’ en ‘Ieder zijn aandeel’.
– De uitgaven aan cultuur zijn in de begroting voor 2027 weliswaar omhoog gaan van €1,447 miljard naar €1,473 miljard (€26 miljoen erbij). Maar omdat de prijzen naar verwachting met 2,7% stijgen, kan de sector daar minder voor kopen. Na correctie voor inflatie krimpt het budget dus met ongeveer 0,9%.
– De middelen in het gemeente- en provinciefonds groeien niet mee met de ambities.
– Er zijn geen automatische indexatie en prijsbijstellingen van project- en meerjarige financiering die wordt doorgezet door cultuurfondsen.
– Er komt mogelijk geen prijsbijstelling voor het ministerie van OCW (brief kabinet afgelopen week).
– De publieke investeringen van het rijk in cultuur ‘verdampen’, terwijl Raad, private cultuurfondsen en Triodosbank bepleiten dat juiste publieke investeringen nodig zijn om andere vormen van private investeringen ‘los’ te krijgen.