7 september 2023

Artikel ‘Terug naar de geest van Leonardo’

Dit is het eerste artikel in een reeks waarin Kunsten ’92 tot de verbeelding sprekende initiatieven verkent die in lijn zijn met KUNSTEN2030. KUNSTEN2030 biedt een visie op een nieuwe culturele en creatieve sector en is bedoeld als prikkelend toekomstbeeld en startpunt voor debat.

Terug naar de geest van Leonardo


De grote vraagstukken van nu zijn te complex om alleen over te laten aan wetenschappers, vinden ook wetenschappers. Samenwerking met kunstenaars kan nieuwe oplossingen, betere vraagstellingen en verrassende inzichten opleveren. In KUNSTEN2030, de toekomstvisie van Kunsten ’92, wordt gepleit voor een verregaande en vruchtbare integratie van kennissystemen. Maar niet iedereen heeft toegang tot de middelen voor onderzoek op het snijvlak van kunst en wetenschap. 

Door Edo Dijksterhuis 

Leonardo da Vinci stond met één been in de wetenschap en met het andere in de wereld van de kunsten. Vijf eeuwen na zijn dood is zijn geest springlevend. Theo Jansen, die al decennia ‘strandbeesten’ maakt van pvc-buizen, is door NASA gevraagd mee te denken over een nieuw soort Marslander. Ontwerper Ap Verheggen perfectioneerde samen met SunGlacier Technologies een apparaat dat condens uit woestijnlucht haalt en zo landbouw mogelijk maakt in zelfs extreem droge regio’s. En artsen in opleiding van de Radboudumc, Amsterdam UMC en LUMC leren in workshops met kunstenaars anders kijken, waardoor volgens onderzoek hun diagnostische vaardigheden aanwijsbaar verbeteren. Om de interactie tussen onderzoekers en kunstenaars te stimuleren is aan de Wageningen Universiteit een nieuw platform opgezet. En bij Mediamatic in Amsterdam is samenwerking tussen bèta-wetenschappers en kunstenaars meer regel dan uitzondering. 

Ook Sabine Hunnius en Emilie Weisse hebben zich aangesloten bij de groeiende groep wetenschappers en kunstenaars die samen tot nieuwe inzichten komen. Hunnius, professor aan de Radboud Universiteit en directeur van het Baby & Child Research Center in Nijmegen, deelde haar kennis met Weisse, die met Be Kind een circusvoorstelling maakte voor toeschouwers die zes tot achttien maanden oud zijn. 

“Wij bestuderen jonge kinderen in een laboratoriumomgeving”, vertelt Hunnius. “We laten ze iets zien of ergens mee spelen en aan hun reacties ontlenen wij kennis over de vroegste ontwikkeling van het menselijk brein. Emilie stimuleert de aandacht van baby’s op een andere, creatieve manier en heeft een voorstelling gemaakt die ook interessant is voor de aanwezige ouders. Dat is weer van invloed op het gedrag van de baby’s, die tot onze verbazing wel twintig minuten geboeid bleven terwijl ze normaliter na vijf minuten al verveeld raken.” 

Circusvoorstelling Be Kind van Emilie Weisse | Foto door Jona Harnischmacher

Voor Weisse was het logisch Hunnius te benaderen voor Be Kind. “Voor iedere voorstelling doe ik research dus toen ik het plan opvatte een voorstelling te maken voor de allerjongsten, ging ik te rade bij de experts. Ik heb Sabines boek gelezen en leerde bijvoorbeeld dat baby’s zich bewust zijn van zwaartekracht. Intuïtief weten ze dat dingen die de lucht in worden gegooid ook weer vallen, maar door te jongleren doorbreek je dat verwachtingspatroon en vergroot je hun aandacht.” 

De voorstelling heeft Hunnius nieuwe inzichten opgeleverd over wat baby’s interessant vinden. “Wetenschap wordt altijd gezien als iets rationeels maar is ook een creatief proces. Door naar andermans creatieve proces te kijken, leer ik weer,” vertelt de onderzoeker. En de theatermaker vult aan: “Het gaat om verschillende vormen van kennis. Door die tegen elkaar aan te houden, komen we allebei verder.” 

Doordringbaar als een membraan

“Interdisciplinair samenwerken is heel erg nodig om af te komen van de egotripperij en om ook die andere perspectieven juist toe te laten. Het is niet makkelijk maar wel nodig”, stelt Kunsten ’92-bestuurslid Meta Knol. Zij zegt dit in het kader van de toekomstvisie KUNSTEN2030. Daarin wordt een voorbeeld genomen aan het Verenigd Koninkrijk waar “een stevige lobby is om ‘Art’ in curricula op te nemen als essentieel lesdomein, naast Science, Technology, Engineering & Math (STEM wordt STEAM). Gevolg is dat kunst gezien wordt als vanzelfsprekend en onmisbaar onderdeel van de maatschappij. Ook in Nederland moet kunst- en cultuureducatie tot de kernactiviteiten van het primair, voortgezet, middelbaar en speciaal onderwijs worden gerekend.” 

Hicham Khalidi, directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht, weet als geen ander dat artistiek-wetenschappelijke kruisbestuiving de toekomst heeft. “Tachtig procent van de ruim 1300 kunstenaars die zich hier jaarlijks melden, kijkt over de grenzen van de eigen discipline heen,” houdt hij het publiek voor tijdens zijn introductie van Transforming Institutions – Een pleidooi voor de positieversterking van onderzoek in de kunsten, de presentatie- en discussiemiddag die Kunsten ’92, de Jan van Eyck Academie en de Akademie van Kunsten op 14 april 2023 hadden georganiseerd in Maastricht. 

De wens en zelfs noodzaak om disciplines te combineren is toegenomen sinds Khalidi bij zijn aantreden als directeur het curriculum heeft toegespitst op de grote transitievraagstukken van onze tijd. “Kunst geeft ons de mogelijkheid om op een andere manier te denken over de wereld, haar te verbeelden en op een alternatieve manier te herscheppen,” stelt hij. “De vraagstukken waar we ons nu mee geconfronteerd zien, zijn complex en behoeven antwoorden die niet éénduidig zijn.”  

Als voorbeeld geeft hij het Future Materials Lab, waarin de Jan van Eyck Academie samenwerkt met Central Saint Martins in Londen. “Hier komen ecologie, chemie, politiek en materiaalkennis samen in een zoektocht naar niet-giftige en duurzame materialen. Jesse Adler, bijvoorbeeld, is zowel ontwerper als bio-moleculair wetenschapper en onderzoekt hoe ze kleurstof kan winnen uit paddenstoelen. En Dorieke Schreurs ontwikkelt een bio-afbreekbare acrylverf in samenwerking met Brightlands Chemelot Campus, het chemisch onderzoekscentrum in Sittard.” 

Het Future Materials Lab, een samenwerking tussen de Jan van Eyck Academie (Maastricht) en Central Sain Martins (Londen)

Khalidi zou graag zien dat de academie meer van dit soort onderzoeken initieert en ondersteunt. Maar het ontbreekt hem aan menskracht en – vooral – financiële middelen, waardoor hij uiterst selectief moet zijn. “Binnen het culturele financieringssysteem is beperkt ruimte voor onderzoek. Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie stelt jaarlijks €3 miljoen beschikbaar voor ontwerpend onderzoek, maar die regeling is binnen twee dagen overschreven. Bovendien mag je bij het Innovatielab maar één keer aanvragen. Daarna ben je aangewezen op Europese gelden en die procedures zijn niet erg transparant en daarbij nogal arbeidsintensief.

Het is eigenlijk zo dat het initiatief voor discipline-overstijgende samenwerking altijd moet komen van de wetenschappelijke kant. Die heeft toegang tot NWO-gelden. De alsmaar groeiende groep artistic researchers, al dan niet met een PhD, staat altijd voor een dichte deur en voelt zich opgeleid voor een werkveld dat niet wordt erkend en daardoor aanvoelt als non-existent.”

De schotten die er nu zijn – tussen cultuur, educatie, wetenschap, bestuur en bedrijfsleven – moeten doordringbaar worden als een membraan. Alleen dan kunnen we optimaal met en van elkaar leren. 

Hicham Khalidi, directeur van de Jan van Eyck Academie

“Het is een gefragmenteerd systeem, dat ooit zo is bedacht en waarvan men nu bang is het te verliezen bij verandering,” stelt Khalidi. “Het begrippenkader is verouderd en gebaseerd op een visie waarin wetenschap en cultuur zijn gescheiden. Maar wie naar de hedendaagse vraagstukken kijkt – van energiecrisis en armoedekloof tot bedreiging van de democratie en klimaatverandering – kan niet anders concluderen dan dat alles op elkaar ingrijpt. Dus moeten er meer schakelpunten komen. De schotten die er nu zijn – tussen cultuur, educatie, wetenschap, bestuur en bedrijfsleven – moeten doordringbaar worden als een membraan. Alleen dan kunnen we optimaal met en van elkaar leren.” 

Transformerende inzichten 

De Jan van Eyck-directeur schaart zich dan ook achter het briefadvies dat de Akademie van Kunsten en De Jonge Akademie op 8 november 2022 gezamenlijk stuurden aan Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In die brief pleiten zij voor het oprichten van een fonds voor experimenteel onderzoek tussen kunst en wetenschap, dat vanwege het trans-disciplinaire karakter is afgekort tot KxW. Een pilot van drie jaar zou met een budget van €11 miljoen kunnen laten zien hoe levensvatbaar het plan is. 

“Dat bedrag is niet te groot en niet te klein,” vindt componist Micha Hamel, die samen met sterrenkundige Frans Snik voor respectievelijk de Akademie van Kunsten en De Jonge Akademie de drijvende krachten zijn achter het voorstel. “Die €11 miljoen staat in verhouding tot de grootte van het veld. Het is ook vergelijkbaar met het budget van The Art of Impact, waarmee in 2015-2016 kunstprojecten werd gefinancierd die een overwegend maatschappelijk doel hadden.” 

Volgens Hamel zou het zogenoemde pilot-KxW-fonds een eerste stap zijn in het opnieuw verbinden van twee disciplines die millennia lang werden gezien als logische pendanten maar sinds de 19de eeuw gescheiden zijn geraakt. “Vanaf de Tweede Wereldoorlog zijn kunst en wetenschap weer ontschot. In eerste instantie binnen de eigen discipline: biologie en psychologie gingen samen in bio-psychologie en beeldende kunst en film smolten samen in videokunst. Die ontschotting gaat alsmaar verder maar de financiële structuren blijven gericht op het bedienen van één enkele partij. Dat is een weeffout die hersteld moet worden.” 

Er zijn nog heel veel meer potentieel vruchtbare combinaties maar op zoek naar financiering lopen ze tegen muren op. Muren die groeien tot in het ministerie, tussen de C en de W. 

Frans Snik, sterrenkundige en lid van De Jonge Akademie

Hoeveel behoefte er is aan domein overstijgende financiering blijkt uit de Mingler-avonden van de Akademie van Kunsten en De Jonge Akademie. Snik: “Daar komen wetenschappers en kunstenaars samen en knettert het aan alle kanten. Toen we het Mingler Scholarship toekenden voor het beste samenwerkingsproject, waren er tachtig koppels die een plan indienden. Wij kunnen maar eentje honoreren, met slechts €10.000. Er zijn nog heel veel meer potentieel vruchtbare combinaties maar op zoek naar financiering lopen ze tegen muren op. Muren die groeien tot in het ministerie, tussen de C en de W. Dat staat echte samenwerking in de weg.” 

En die gaat volgens de sterrenkundige verder dan ‘een illustratie bij een wetenschappelijk artikel of wat techniek bij een kunstwerk’. “Het gaat om het opereren op de grensvlakken, waar het pas echt interessant wordt”, zegt Snik, die wordt aangevuld door Hamel. “Het doel is trans-disciplinaire samenwerking. Daarin wordt niet alleen kennis uitgewisseld maar veranderen en vernieuwen de afzonderlijke disciplines zelf ook. Er worden nieuwe inzichten toegevoegd, die transformerend zijn.” 

Om dit te laten gebeuren is wel enige ruimte nodig. Ruimte voor wetenschappers en kunstenaars om elkaars werkwijze en taal te leren kennen. Ruimte om niet door efficiëntie en potentiële opbrengst te worden gedreven maar door nieuwsgierigheid. “Want alleen dan kunnen verschillende kennistypen op een productieve manier worden geïntegreerd,” stelt Hamel. “En dat levert betere, meer flexibele wetenschap en interessantere kunst op,” is Sniks overtuiging. 

Wereldprimeur voor Nederland 

Regelingen als het voorgestelde pilot-KxW-fonds zijn internationaal schaars. Het Oostenrijkse Ars Electronica introduceert kunstenaars bij het nucleair onderzoeksinstituut CERN en in de VS zijn een paar lokale, vaak private initiatieven te vinden. “Nederland kan hierin voorop lopen,” constateert Snik. “Maar voor zo’n wereldprimeur is lef van de financiers nodig.” 

Voor het effect van financiële ondersteuning hoeven beleidsmakers maar te kijken naar Sabine Hunnius en Emilie Weisse. “De inzichten van Be Kind, vooral over de dynamiek van toeschouwers in verschillende leeftijdsgroepen, neem ik mee naar mijn volgende voorstelling,” zegt de theatermaker. Haar wetenschappelijke partner heeft al een volgend project klaar staan dat voortborduurt op Be Kind: een museumtour voor baby’s. 

Maar dat was waarschijnlijk allemaal niet gebeurd zonder het financiële zetje van het Mingler Scholarship dat Be Kind vorig jaar kreeg toegekend, geeft Hunnius toe. “Die ondersteuning, hoe beperkt ook, zet je aan om elkaar te vinden. En het zet de samenwerking in de juiste, gelijkwaardige verhouding, waarin zowel de wetenschap als de kunst allebei echt een rol spelen.” 

Welke initiatieven combineren kunst en wetenschap nog meer? Een kleine greep uit vele voorbeelden: 

  • STRP Festival. Combineert kunst, muziek en design met technologie en wetenschap om actuele maatschappelijke vraagstukken aan te snijden. 
  • De Nacht van Kunst & Wetenschap. Interactief festival in Groningen waar de ontmoeting tussen kunst en wetenschap centraal staat. 
  • InScience Film Festival. Een van de grootste Europese filmfestivals met wetenschap als onderwerp. Breed randprogramma met debatten, Q&A’s, tentoonstellingen en lezingen. 
  • Rabo Art Lab & Rabo Artist in Residence. Het hoofdkantoor van de Rabobank nodigt regelmatig kunstenaars uit om met professionals binnen de bank te reflecteren op zaken als groei, cryptocurrency en armoede. 
  • TivoliVredenburg. Muziekpodium snijdt in apart, wetenschappelijk onderbouwd programma maatschappelijke thema’s aan, zoals mentale gezondheid of polarisatie. 
  • Ogen Wijd Open. Het Radboudumc organiseert sinds 2015 cursussen voor artsen in opleiding die onder begeleiding van kunstenaars anders leren kijken en daardoor betere diagnoses kunnen stellen. 
  • RAAAF (Rietveld Architecture Art Affordances). Experimentele studio die samen met wetenschappers van onder andere TU Delft nieuwe materialen ontwikkelt. 
  • Dutch Design Week. Hier komen design, wetenschap en bedrijfsleven samen met innovatieve oplossingen voor de grote vraagstukken van onze tijd. In het Mu Hybrid Art House wordt de toekomst van een transdisciplinair opererende kunst verkent. De naam Mu is afgeleid van het Japanse karakter voor ‘synergie’. 

Lees ook het pleidooi om creativiteit, kunst en cultuur een sleutelrol te geven bij het vormgeven van de toekomst van Nederland, geschreven door Marleen Stikker, Liesbeth Bik en Meta Knol namens Kunsten ‘92, de Akademie van Kunsten (KNAW), Waag Future Lab en de Federatie Creatieve Industrie.