29 augustus 2012

Verslag Paradisodebat 26 augustus 2012

Het was een onnadrukkelijk jubileum: op 26 augustus vond het tiende Paradisodebat plaats. Waar op de Uitmarkt het culturele seizoen wordt aangekondigd, wordt in Paradiso de cultuurpolitieke agenda voor het komende jaar ingeluid, stelde presentator Ruben Maes. Vorig jaar hing de grote dreiging van de bezuinigingen nog boven het debat, nu was er min of meer duidelijkheid, al werden daar door een aantal sprekers vraagtekens bij gezet.

Zijlstra
Demissionair staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra opende het debat, wellicht zijn laatste optreden in deze functie. “De hervormingen hebben veel losgemaakt, en ik heb veel naar m’n hoofd gekregen. Maar terug kijkend zou ik het niet anders hebben gedaan.” Zijlstra wilde nu vooral vooruitkijken en gaf zijn visie op de agenda voor de komende periode. (Zijlstra’s volledige speech vindt u onderaan deze pagina).
Maes vroeg of het niet een teken van mislukking was dat vrijwel alle partijen in hun verkiezingsprogramma’s aangaven Zijlstra’s beleid te willen repareren. Zijlstra: “Ik zie veel woorden, maar weinig middelen.”

Maes: “Er was veel kritiek op uw bewind: u bent een rekenmeester zonder visie. Had u niet slimmer kunnen bezuinigen? Zijlstra: “Er is een heel duidelijke visie. Daar kun je het mee oneens zijn, maar dat is iets anders. Ik heb vanuit een visie invulling gegeven aan het beleid, en harde, af en toe pijnlijke keuzes gemaakt. Verandering komt niet tot stand met rustig een beetje schuiven. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. De dodelijke vanzelfsprekendheid in de cultuursubsidiëring is omgebogen.”

Halbe Zijlstra foto: Jack Aarts

Maes: “Vond u het niet teleurstellend dat de lokale overheden niet zo sterk hebben meebezuinigd, en soms zelfs tegen uw beleid in werken?” Zijlstra: “Lokale overheden hebben hun eigen verantwoordelijkheid, dat is prima. Het rijk heeft heldere taken geformuleerd, gemeenten hebben eigen afwegingen. Overigens zien we van de gemeenten op dit moment alleen voornemens zien, en nog geen besluiten.”
Maes: “Bent u opnieuw beschikbaar voor deze post, mocht de situatie zich voordoen?” Zijlstra: “Als ik word gevraagd zeg ik geen nee.”

Berenschot
Bastiaan Vinkenburg van Berenschot presenteert de resultaten van onderzoek naar de cultuurbezuinigingen. Hij keek (in samenwerking met De Volkskrant) naar het totaal aan bestedingen aan cultuur 2009 en vergeleek dat met aangekondigde plannen voor 2013, voor gemeenten, rijk en provincies.
(Vinkenburgs presentatie is te downloaden op de website van Berenschot: ; de verslaggeving van de Volkskrant is hier te vinden. Hier volgt slechts een summiere samenvatting van het onderzoek.)
De gemeenten zijn en blijven de grootste subsidiegever aan kunst en cultuur. Nu trekken ze er bijna 2 miljard euro voor uit. Dat wordt 1,8 miljard; bijna 9 procent minder dan nu. Gemeenten bezuinigen minder sterk dan in het zwartste scenario dat vorig jaar nog werd geschetst en volgen het rijk niet: gemeenten bezuinigen naar verhouding meer op erfgoed en ontzien de kunsten. Per gemeente zijn de verschillen groot: Rotterdam en Den Haag bezuinigen 14 procent, in Maastricht komt er juist 10 procent bij. Zowel de bestedingen als de bezuinigingen zijn gelijkelijk verdeeld over de regio’s.

Bastiaan Vinkenburg van Berenschot. Foto: Jack Aarts”

Omdat het rijk bezuinigt op producties en gemeenten vooral zalen ondersteunen wordt de programmering magerder. Bovendien neemt het aantal gesubsidieerde producties fors af. Spreiding, bereik en diversiteit komen onder druk te staan.
Op het gebied van cultuureductie ontstaat minder ruimte voor talentontwikkeling omdat de cultuureducatie focust op scholen.
Na de presentatie van Vinkenburg verlaat Halbe Zijlstra het debat.

Gemeenten vs Rijk
Wethouder Carolien Gehrels van cultuur in Amsterdam pleit voor een nieuw evenwicht in de verhouding tussen rijk en gemeenten. Ze complimenteert de inmiddels afwezige staatssecretaris voor het uit volle borst meezingen van Aan de Amsterdamse grachten tijdens het afgelopen Grachtenfestival. “Ik zag dat als een handreiking van het land aan de stad.”
Kunst en cultuur ontstaan immers in steden. Voor Amsterdam is het van groot belang dat de investeringen op peil blijven: 32 procent van de bezoekers aan Amsterdam komt voor de kunst en cultuur en dat percentage stijgt. De stad groeit met 10.000 inwoners per jaar, internationale bedrijven vestigen zich er nog steeds graag. “Die mensen begrijpen dat kunst en cultuur een brugfunctie vervullen. Als de kunstenaars verdwijnen, verdwijnt de verbeelding en sterft de stad. Dan worden we allemaal voorsteden.”
Maar Gehrels heeft ook commentaar op de staatssecretaris: “Een kloppende spreadheet is nog geen kloppend beleid. Bezuinigen moet, maar de tone of voice had absoluut anders gemoeten. Als je nieuwe partijen wilt interesseren voor de kunst moet je het niet alleen over de prijs hebben, maar ook over de waarde.”
Gehrels waarschuwt dat de gevolgen van de bezuinigingen nog niet duidelijk zijn. Ze verwees naar Toneelgroep De Appel, die met subsidie van de gemeente en een positief advies maar geen geld van het Fonds Podiumkunsten deze week besloot te stoppen. “Ondanks wat er vrijdag in de Volkskrant stond valt het niet mee”.
Gehrels presenteerde een nieuw initiatief van de G9 – de negen grootste cultuurgemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Enschede, Arnhem, Eindhoven, Maastricht). Met de wethouders van die steden wil ze komen tot een nieuwe alliantie met het rijk op het gebied van cultuur. “We willen een nieuw cultureel contract. Wat er sinds de jaren tachtig is opgebouwd aan evenwicht tussen rijk en gemeenten op het gebied van cultuurbeleid, is nu in twee jaar afgebroken. Er is dan wel minder geld, maar dat kunnen we compenseren met aandacht en tijd.” Instrumenten zijn bijvoorbeeld een set gemeenschappelijke indicatoren, zodat gemeenten hun culturele investeringen beter kunnen vergelijken. Ook willen de G9 de eerder genoemde matchingregeling (waarbij het Fonds Podiumkunsten een bijdrage van de gemeenten waar een aanvragende instelling gevestigd is meeneemt in de beoordeling) omdraaien: het initiatief moet meer bij de gemeenten liggen.

Wethouder Frits Lintmeijer uit Utrecht is enthousiast: “De G9 hebben politieke verschillen, maar kunnen toch één geluid richting het rijk formuleren. Zo kunnen we de erosie die is ontstaan overwinnen.”
Maes stelt de logische vraag: “Wat hebben de steden dan fout gedaan dat ze zo buitenspel staan?” Gehrels: “Het is niet fout gegaan. We zijn in staat geweest de bezuinigingen te matigen. In moeilijke tijden hebben we onze verantwoordelijkheid genomen. We hebben verantwoord bezuinigd, in overleg met de instellingen, we hebben een deel van de productie en van talentontwikkeling overgenomen van het rijk.
Jetta Klijnsma (PvdA Tweede Kamerlid): “De nieuwe staatssecretaris moet deze samenwerking gestalte gaan geven. Het Fonds Podiumkunsten heeft z’n best gedaan om met de gemeenten te overleggen, maar het ministerie van OCW heeft oogkleppen opgehad. Vroeger was er meer overleg met de gemeenten.”

Maes: “Moet het zwaartepunt van het cultuurbeleid dan helemaal naar de gemeenten verschuiven?”
Mark Harbers (VVD Tweede Kamerlid): “Het Rijk heeft verantwoordelijkheid voor de kwaliteit die het door het hele land wil neerzetten, gemeenten kunnen dan specifiek lokale keuzes maken. Maar vergis je niet: de echte uitdagingen komen nu pas. De gemeentelijke begrotingen zullen met zo’n tien procent krimpen -bijdragen uit het Gemeentefonds worden minder; grote steden zullen moeten afschrijven op hun grondposities- en daarná kun je pas kijken of gemeenten daadwerkelijk cultuur overeind kunnen houden. Ik ben daar pessimistisch over.”
Onno Hoes (burgemeester Maastricht en voorzitter NAPK): “Gemeenten en Rijk moeten meer gezamenlijk doen. Deze bezuiniging was een boekhoudexercitie. Ik pleit voor intensief overleg tussen rijk en gemeenten vóór het adviseren. Het kabinet wilde een rigoureuze verandering, er was geen overleg mogelijk. Nu ligt er een kans om nieuw beleid te formuleren.”

vlnr Ruben Maes, Jetta Klijnsma, Mark Harbers, Carolien Gehrels, Onno Hoes

Klijnsma: “Er is nu een treurige kilte in de sector, met grote zorgen, maar ook veel veerkracht. PvdA stelt extra geld beschikbaar. Kunstenaars kunnen we niet missen. De nieuwe bewindspersoon moet de deuren open hebben naar het veld. Dat heeft deze bewindspersoon nauwelijks gedaan.”
Gehrels: “Straks is er een nieuwe realiteit. Dat biedt kansen voor een nieuwe relatie tussen G9 en de Raad voor Cultuur, hopelijk met overleg vooraf.”
Hoes: “Het gaat niet meteen over geld. We zitten nu in een ‘kabinetloos tijdperk’, tot de nieuwe bewindspersoon aantreedt. Nú kunnen we proces-afspraken maken.”
Harbers: “Je moet niet vooraf tegen een adviesraad willen zeggen wat eruit moet komen. We moeten vasthouden aan de agenda van ondernemerschap, minder afhankelijkheid van de overheid. Rijk en gemeente hebben een verschillende verantwoordelijkheden; Rijk gaat over díe cultuur die nationale en internationale uitstraling heeft, gemeentes hebben daarnaast een rol op het gebied van cultuurbeleving en cultuureducatie. Dat zijn wezenlijk andere rollen.”
Klijnsma: “Het Rijk moet zich niet verschuilen achter internationale en ‘hoogpolige’ cultuur, maar ook verantwoordelijkheid nemen voor cultuureducatie en cultuurparticipatie.”
Harbers: “De VVD wil de komende periode niet extra bezuinigen op cultuur. Maar ik ben bang voor de keuzes die gemeenten moeten gaan maken. Daar zou je als sector niet afhankelijk van moeten willen zijn.”
Gehrels: “Het voordeel van een contract is dat je verantwoordelijkheden benoemt en dat je die niet zomaar kunt opzeggen. Ook gemeenten stellen zakelijke eisen, maar ze moeten ook weten waar ze aan toe zijn, bijvoorbeeld als je een gebouw neerzet. Als het Rijk verantwoordelijk is voor de productie en het Rijk zegt die instelling op, dan zit je als gemeente met een enorm probleem.”

Europa
Europarlementariër Marietje Schaake (D66) presenteert een vernieuwde Europese regeling, Creative Europe, een samenvoeging van bestaande regelingen met 37 procent meer budget voor projecten die een Europese meerwaarde hebben. (Nederland was overigens het enige land dat tegen deze budgetverhoging was.) De besluitvorming over deze regeling vindt nu plaats en Schaake roept creatieven op om nu het nog kan invloed op de regeling uit te oefenen.
Maes wil meteen van de aanwezige Kamerleden weten: “Waarom stemde Nederland tegen die budgetverhoging?” Marieke van der Werf (CDA): Het CDA stemde tegen omdat we twijfelen aan de effectiviteit van dit fonds, en bovendien doen we er alles aan om de EU-begroting omlaag te krijgen.” Jasper van Dijk (SP): “Wij vinden het raar om in Nederland snoeihard te bezuinigen en dan tegen kunstenaars te zeggen: ga maar naar Brussel. Het probleem is in Nederland gecreëerd, de SP wil dat in Nederland herstellen.”
Schaake: “Als er in de EU maar een snipper minder wordt uitgegeven aan landbouwsubsidies is de cultuur gered.”
Robert van Leer (zakelijk directeur NDT): Er wordt vandaag te weinig gesproken over de toekomst. Nederland heeft een zeer rijk cultureel erfgoed, met een ongelofelijk potentieel. We hebben een ‘Cultural Dutch Model’ nodig, een gezamenlijk model van overheid, kunstenaars en bedrijfsleven om kunst te kapitaliseren. We hebben het nog te veel over de pijn van vandaag.
Van der Werf: “De samenleving zal blijvend veranderen. Dat vraagt om nieuwe beelden. De kunstsector heeft het in zich om op nieuwe vragen antwoorden te geven. Ik zou het erg vinden als het gevolg van de bezuinigingen stagnatie zou zijn. Dat de kunstenaars in de romantische reflex schieten en er alleen verstrooiing overblijft. Ik zou aan de kunstsector willen vragen: haal de wereld binnen!”
Van Dijk: “We moeten af van de negativiteit die de politiek heeft uitgestraald en we moeten niet naïef zijn over het kapitaliseren van kunst. Het Metropole Orkest kan nooit zonder ondersteuning.”
Schaake: “Het gaat niet over Europa, het gaat over hoe de overheid dienstbaar kan zijn aan de internationale oriëntatie van kunst en cultuur.”

Slotdebat
Tijdens het slotdebat werden drie jonge kunstenaars en cultureel ondernemers (actrice Anna Drijver, cultureel producent en curator Michiel van Iersel en directeur van het Amsterdam Fringe Festival Anneke Jansen) tegenover de woordvoerders van de Tweede Kamerfracties gezet. Wat vinden zij van de uitspraken van de politici tot nu toe?
Drijver: “Ik hoor vandaag weinig oplossingen. De sector is voorbij schreeuwen en is klaar om te onderhandelen. Ik ben bij alle partijen langs gegaan (behalve de PVV, die reageerde niet) en vond de politiek erg benaderbaar. Nu is de tijd om te komen tot concrete maatregelen, zoals een tax shelter voor de filmsector; die is echt nodig.”
Van Iersel: “Ik hoor vooral de politiek met de politiek praten. Volgens mij is de toekomst aan nieuwe coalities nodig, met het bedrijfsleven, wethouders, mecenaat. Het gesprek moet breder. Bovendien wordt kunst weer neergezet als ontvangende partij. Maar interessantere vragen zijn: wat géven wij? Wat verwacht de overheid van mij? Wij zijn ontwikkelaars en leveranciers van kennis. Er zit meer in ons dan eruit gehaald wordt.”

Vlnr Ruben Maes, Anna Drijver, Anneke Jansen en Michiel van Iersel. Foto: Jack Aarts

Corinne Ellemeet (GroenLinks kandidaat-Tweede Kamerlid): “Er is inderdaad te veel economisch nutsdenken over kunst. Dat moeten we eerst omdraaien. Als je uitgaat van de intrinsieke waarde van kunst, kun je het daarná hebben over ondernemerschap. Er zijn veel belemmeringen voor ondernemerschap. De geefwet is gerommel in de marge. GroenLinks wil drempels wegnemen.”
Salina Belhaij (D66 kanidaat- Tweede Kamerlid): “Kunstenaars geven al heel veel, ze hoeven niet méér te geven. Kunstenaars zijn leidend in hun visie, ze moeten niet de politiek volgen, want de politiek loopt vaak achter.”
Harbers: “Het gaat, in de kunst net als in de politiek, om publiek. Er zijn de afgelopen jaren heel veel initiatieven genomen om meer en beter op zoek te gaan naar het publiek, maar daar zal de culturele sector nog harder aan moeten werken.”
Drijver: “Je kunt niet tegen deze sector zeggen dat mensen harder moeten werken. Natuurlijk zijn we bezig met publiek, ons werk bestaat bij de gratie van publiek, maar je moet niet aan mensen vragen wat ze willen. Daar gaat kunst niet over. Tegelijk is er in het veld al een grote verandering gaande.”
Jansen: “Bij het Fringe Festival zie ik nu dat jonge makers het nu heel moeilijk hebben. Zij komen er niet meer tussen, terwijl het juist bij uitstek ondernemers zijn. Als je niet uitkijkt slaan deze bezuinigingen een hele generatie twintigers weg, niet alleen de kunstenaars, maar ook de organisatoren.”
Maes: “Maar protesteren en dreigen heeft niet gewerkt. Hoe stel je je nu op tegenover de politiek?”
Van Dijk: “Je kunt wel zeggen dat het niet gewerkt heeft, maar er komen nu verkiezingen aan. Je moet nu kijken naar wat partijen over kunst en cultuur zeggen. De focus onder de VVD en Zijlstra heeft inderdaad gelegen op het publiek. Maar wij staan voor talentontwikkeling, verdieping en experiment; kunst die niet a priori publiek heeft. Want als je dat weghaalt, houd je alleen Sky Radio-kunst over.”
Harbers: Dit is weer een grove overschatting van de ingreep van de overheid. Ja, er verdwijnt twintig procent, maar er blijft genoeg over. We hebben de vraag gesteld of alles in dezelfde mate moest doorgaan.”
Klijnsma: “De afgelopen jaren is bij uitstek gesneden in jonge kunstenaars, in talentontwikkeling, in de WWIK. Maar dat is juist uiterst belangrijk. Uiteindelijk moeten kunstenaars hun eigen broek ophouden, maar kunstenaars lopen voorop, moeten dingen ontdekken.”
Maes: “Wat willen jullie horen van de politiek? Wanneer geef je een partij je stem?”
Drijver: “Ik ben niet op zoek naar specifieke programmapunten. De vraag is toch: wat blijft ervan over bij de formatie? Verkiezingsprogramma’s zijn vooral gratuite uitspraken.”
Jansen: “De afgelopen jaren is cultuur steeds wisselgeld gebleken. Niemand vecht ervoor.”
Maes: “Waarom moeten kunstenaars op jullie stemmen?”
Ellemeet: “GroenLinks is de enige partij die uitgaat van welzijn, en cultuur is daar een wezenlijk onderdeel van.”
Van der Werf: “Het CDA wil 10 miljoen investeren in een revolving fund: daarmee subsidieer je niet, maar kunnen culturele instellingen tegen een lage rente te investeren. Instellingen kunnen bijvoorbeeld eigenaar worden hun pand, wat veel extra mogelijkheden geeft.”
Van Dijk: “De SP wil de gemaakte schade herstellen. Die 200 miljoen moet van tafel, dat is onze inzet.”
Maes: “Dit is de week van de langstudeerboete. Praten is makkelijk.
Van Dijk: “200 miljoen is onze inzet.”
Van Iersel: “Dit is het probleem met de huidige politiek. Ik heb liever een zekere korting dan een onzekere toezegging. De politiek is geen zekere partner meer. Kunstenaars zullen steeds meer op andere plekken opduiken.”
Jansen: “Er komt een beweging aan van jonge kunstenaars die zich veel minder gaat aantrekken van de politiek en zich veel internationaler zal oriënteren.”

Afsluitende woorden van Kunsten ’92 voorzitter Jet de Ranitz
“Iemand vroeg me laatst: werkt lobbyen nog wel? Het antwoord is duidelijk: ja, het heeft zin. De BTW-verhoging is succesvol teruggedraaid, gemeenten omarmen onze punten en het onderzoek dat Kunsten ’92 mede mogelijk maakt, vindt gehoor”. De Ranitz constateert dat er bij de gemeenten visie is op cultuur en dat leidt tot keuzes op basis van de inhoud.
“Het onderzoek van Berenschot laat zien wat de impact is en die is enorm. Van de Basisinfrastructuur is maar weinig over. Het valt niet mee, het doet zeer.” De grootste slachtoffers van de bezuinigingen liggen op het terrein van talentontwikkeling en cultuureducatie.
Wat zijn nu de doelen van de lobby? Op de korte termijn: de grootste schade repareren. “Repareren is mogelijk: instellingen met een positief advies moeten geld krijgen; collecties van TIN en NMI moeten geborgd worden. De culturele sector is vóór ondernemerschap, maar niet als eufemisme voor bezuinigen.”

Op de lange termijn: een nieuwe visie op een robuust stelsel dat vijftien jaar houdbaar is. Kunsten ’92 heeft die visie neergelegd in de Agenda 2020, met als belangrijkste punten: cultuurbeleid gaat over méér dan kunst, kunst verbindt zich met de maatschappij; kansen bieden aan nieuwe generatie kunstenaars; betrekken van de hele samenleving via cultuureducatie; versterken van ondernemerschap en innovatie; een nieuwe rolverdeling tussen rijk, provincies en gemeenten. De politiek moet erkennen dat kunst, cultuur en erfgoed een onmisbare schakel zijn in wat ons land nu nodig heeft om vooruit te gaan.
“Wij willen bijdragen aan het succes van steden en regio’s. Aan de politiek: als u de kaders schetst, tekenen wij graag buiten de lijntjes…”

Toespraak Zijlstra Paradisodebat 26 8 2012