9 november 2023

Artikel ‘Jong geleerd, oud gedaan’

Dit is het derde artikel in een reeks waarin Kunsten ’92 tot de verbeelding sprekende initiatieven verkent die in lijn zijn met KUNSTEN2030. KUNSTEN2030 biedt een visie op een nieuwe culturele en creatieve sector en is bedoeld als prikkelend toekomstbeeld en startpunt voor debat.

Jong geleerd, oud gedaan

Samenwerken, kritisch denken, op flexibele en innovatieve manier problemen oplossen, zelfreflectie. Het zijn vaardigheden die kinderen en jongeren krijgen aangeleerd om zich staande te houden in de 21ste eeuw. Kunst helpt daarbij als onmisbare aanjager en vliegwiel. Daarom hoort cultuureducatie in het hart van het onderwijs. Maar om effectief te zijn, moeten kunst en cultuur – zoals visiedocument Kunsten2030 bepleit – breed en inclusief worden gedefinieerd. En de kinderen en jongeren zelf moeten centraal staan.

Edo Dijksterhuis

Docenten in cultureel diverse achterstandswijken vrezen de dag dat leerlingen terugkeren van vakantie. Ze beginnen het nieuwe schooljaar standaard met een taalachterstand, die door weken hard werken weer moet worden weggewerkt, inspanningen die door de volgende vakantie weer teniet worden gedaan. Maar dat is niet zo als leerlingen in de zomer naar een theaterkamp zijn geweest of een dans summer school hebben gevolgd. Dan komen ze juist terug met een groter vocabulaire en meer vertrouwen in hun taalbeheersing dan voor de vrije weken. Dat is niet alleen goed nieuws voor het taalonderwijs maar heeft effect op alle schoolprestaties. De creatieve buitenschoolse activiteiten hebben een positief effect op het algehele leervermogen.

Wat voor zomerkampen geldt, gaat ook op voor regelmatig bioscoopbezoek, wekelijkse vioolles of af en toe een bezoek aan een festival. “Kunst en cultuur verrijken het leven en zorgen voor persoonlijke ontwikkeling”, weet Walter Groenen, directeur van het Cultureel Jongeren Paspoort (CJP). Maar hij weet ook dat er nogal wat obstakels zijn waardoor jongeren geen toegang hebben tot hetgeen ze recht op hebben.

“De toegang tot informatie is een steeds grotere drempel. Het is vrijwel onmogelijk om grote groepen te bereiken omdat het medialandschap zo gefragmenteerd is en jongeren in hun eigen social-mediabubbel leven. Daarnaast is er de factor tijd. Kunst en cultuur moeten concurreren met andere activiteiten. Om jongeren te verleiden moet je van tevoren goed beschrijven wat ze kunnen verwachten. De huidige generatie is minder bereid moeite te doen voor activiteiten in groepsverband, bijvoorbeeld door iets van te voren te plannen.”

Een derde drempel is financieel. Die probeert CJP te slechten met de Cultuurkaart, die sinds 2000 culturele activiteiten voor jongeren tot en met 30 jaar mogelijk te maken. Het ministerie van OCW draagt hier jaarlijks €5 miljoen aan bij, omgerekend €5,25 per leerling, en veel scholen voegen daar nog eens €10,50 per leerling aan toe. Dat is te weinig, vindt Groenen. “Doordat jongeren relatief weinig kunnen uitgeven, werk je veilige keuzes in de hand. Het beetje geld dat er is, wordt besteed aan iets bekends en niet aan het experiment.”

“In de ons omringende landen wordt kunstsubsidie veel meer verlegd naar jongeren zelf. Zo investeerde Frankrijk onlangs fors in de pass Culture, waardoor er per scholier €500 beschikbaar is gedurende de gehele schoolcarrière. En in Duitsland krijgt iedere 18-jarige een cultuurtegoed van €200. Als wij op eenzelfde niveau willen opereren, moet de OCW-bijdrage aan de Cultuurkaart vertienvoudigen.”

Jongere en maker

Sinclair Bouazo (24)

Beeld: Koen Langen

Sinclair Bouazo is fulltime all-round muzikant en kan ervan leven. En dat terwijl hij op de middelbare school nog een carrière in ICT voor zich zag. “Maar op m’n zestiende had ik plots een liedje in mijn hoofd. Het kostte me twee weken om daar de juiste beat bij te vinden. Na de release had ik binnen de kortste keren 10.000 hits op YouTube. Toen ben ik het serieuzer gaan nemen.”

Bouazo, die optreedt onder zijn voornaam, ging naar de Herman Brood Academie. Hij maakte meteen de sprong naar grotere podia als Ekko, Vredenburg en De Helling en was te zien op hiphopfestival WOO HAH!, nu

bekend als Rolling Loud Rotterdam. “Maar ik kan meer dan alleen optreden”, realiseerde hij zich. “Ik ben in de breedte gaan kijken. Ik werd back-up MC en ben me gaan specialiseren in productie.”

Zijn belangrijkste uitlaatklep en professionele verdienste bestaat nu uit het geven van workshops. “Voor de gemeente Nieuwegein leer ik jongeren muziek maken. Soms brengen we dingen uit of resulteert een workshop in een optreden in de buurt. Er mag nog meer gebeuren maar Nieuwegein is geen slechte plek om bezig te zijn met hiphop. En de komende vier, vijf jaar zie ik de regio nog verder groeien.”

Noot van de redactie: Sinclair Bouazo werkt momenteel samen met de organisaties Movactor en Youké en wil zijn jongerenwerk graag uitbreiden. Hij is te bereiken via zijn Instagramaccount.

Opblaasbioscoop

Toen de Cultuurkaart 22 jaar geleden werd geïntroduceerd was er discussie over de kunstvormen waar het budget aan besteed zou mogen worden. Puristen vonden bijvoorbeeld dat film teveel vermaak is. CJP bepleitte echter voor een kunstdefinitie in de volle breedte, dus inclusief film.

Geheel terecht, vindt Cinekid-directeur Heleen Rouw. “Kwalitatief hoogwaardige kinderfilms snijden ook maatschappelijke thema’s aan op een voor kinderen begrijpelijke manier. De openingsfilm van Cinekid 2023, Jippie No More!, gaat bijvoorbeeld over een jongen met Downsyndroom die voor het eerst verliefd wordt. Vorig jaar werd het festival geopend door Totem, over de elfjarige dochter van uitgeprocedeerde asielzoekers. Dit soort films vormen een aanleiding om het in de klas te hebben over anders zijn en eenzaamheid, maar ook grotere issues als identiteit, jezelf kunnen zijn en zo open kunnen staan naar anderen, los van afkomst of seksuele geaardheid. Zo leren kinderen dat iedereen een mening mag hebben en hoe je die verwoordt.”

Cinekid heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een Amsterdams evenement tot een landelijk festival met veertig locaties die jaarlijks 60.000 bezoekers trekken. Buiten de herfstvakantieweek weet Cinekid nog eens 170.000 kinderen te bereiken in samenwerking met scholen en maatschappelijke partners. “Maar dat kan alleen door zelf actief naar de doelgroep te gaan en aanbod op maat te leveren”, stelt Rouw. “We praten met maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren in de wijk, bijvoorbeeld moeders die samen in een schoolapp zitten. Tijdens het festival vorig jaar hebben we een opblaasbioscoop gehuurd waarmee we in Amsterdam-Noord films vertoonden. Dat bleek zo’n succes dat we er nu eentje aanschaffen zodat we door het jaar heen een selectie korte films als bioscoopervaring dichtbij kinderen kunnen brengen.”

Herhaaldelijk contact is onontbeerlijk om met cultureel aanbod impact te maken, benadrukt Rouw. “Het beste is de combinatie kijken, erover praten en zelf doen. Daarom organiseren wij workshops in combinatie met filmvertoningen, waarbij kinderen bijvoorbeeld met een foley artist geluid leren maken bij beelden of al knutselend een animatiefilm maken. De capaciteit voor dit soort activiteiten is helaas beperkt. Maar met dertig kinderen vier weken lang met film bezig zijn heeft veel meer impact dan een vertoning met aansluitend een quiz voor een grotere groep. We doen beide.”

Het liefst zou Rouw zien dat film onderdeel werd van het schoolcurriculum, ook bij het primair onderwijs. Filmeducatie Netwerk werkt daaraan. “Maar scholen opereren traag en staan zwaar onder druk. Het lerarentekort beperkt hen, hoe graag ze ook willen. Maar cultuur kan ook een instrumentele rol spelen voor leerkrachten, ter ondersteuning van de basisvaardigheden zoals begrijpend lezen.”

Voor het eerst naar theater

Cultuureducatie is geen extraatje of luxe maar hoort thuis in het hart van het onderwijs, vindt ook Jantien Westerveld. “Maar muziekles geven op een school in een achterstandswijk vergt andere pedagogische kwaliteiten dan gymnasiasten interesseren voor dans”, zegt de directeur van de stichting Méér muziek in de klas. “Daarom werken wij ook samen met pabo’s, conservatoria en andere kunstvakopleidingen, om te zorgen dat de mensen voor de klas beter zijn toegerust.”

Het is slechts een van de activiteiten die de stichting onderneemt als aanjager van een landelijk netwerk. Via een waaier aan initiatieven, van tv-shows tot wedstrijden, worden zo’n 1 miljoen kinderen bereikt. Sinds mei is het speelveld in het kader van School & Omgeving nog verder uitgebreid. Deze nieuwe regeling draait om kansengelijkheid en is vooral gericht op de resterende 400 duizend basisschoolleerlingen die door armoede geen of minder toegang hebben tot kunst en cultuur.

“Kinderen die in armoede opgroeien, krijgen weinig prikkels. Vorig jaar hebben we samen met het Jeugdeducatiefonds en ABN Amro 1500 van deze kinderen naar de musical Aladdin gebracht. Voor de meeste was het hun eerste keer in een theater. Ze komen gewoonlijk niet vaak buiten hun eigen wijk. Op school hadden ze van tevoren een lied ingestudeerd zodat ze konden meezingen met de crew.”

Zo’n musicalbezoek als eerste culturele ervaring maakt vaak diepe indruk en plant een zaadje voor kunstinteresse op latere leeftijd. Maar om het mogelijk te maken, moet Westerveld logistieke knelpunten opheffen, zoals vervoer en begeleiders. Ook het meekrijgen van de ouders is belangrijk. “In sommige culturen is het niet gebruikelijk dat je na school iets creatief doet. Daarom is het belangrijk dat er muziekscholen, dansklassen en buurtcentra in de buurt zijn, plekken die ze kennen en vertrouwen. En het moet betaalbaar zijn. Wat dat betreft kunnen we een voorbeeld nemen aan Luxemburg. Daar is sinds vorig jaar al het naschoolse muziekonderwijs gratis. In Vlaanderen betaalt een ouder voor vrijetijdsonderwijs €75 per jaar en zijn er fondsen voor de allerarmsten, zodat iedereen toegang heeft. In die landen is de waarde van kunstvakken al veel breder erkend dan in Nederland.”

Jongere en maker

Luna van der Laan (21)

Beeld: Luna van der Laan

Luna van der Laan begon met spoken word tijdens de coronalockdown. “Ik voelde me opgesloten in mijn hoofd en wist niet wat ik met mijn emoties aan moest”, vertelt zij. “In mijn telefoon hield ik een dagboekje bij, waarin ik analyseerde waarom ik me zo voelde.”

Vorig jaar kwam ze voor het eerst met haar teksten naar buiten. Ze dropte het gedicht Straatratten in de WhatsApp-groep van de uitgaansvrienden met wie zij zich “had verloren in feesten” maar die ze nu achter zich wilde laten. “De reacties waren heel verschillend: sommigen snapten het, anderen voelden zich negatief aangesproken. Maar het werkte: ik werd gehoord.”

Inmiddels treedt Luna regelmatig op in Studio T, ’t Oude Pothuys en House of Hip Hop in Utrecht. Op een speciale Instagramaccount getiteld ‘Fleur een end op joh’ combineert de student van het grafisch lyceum haar gedichten met vormgeving. “Ik wil er ook professioneel mee door”, zegt ze. “Ik heb me aangemeld voor de open dag creative writing van Artez en kijk ook naar de mogelijkheden om theater te gaan studeren aan de HKU.”

Subculturen onder de radar

Kinderen en jongeren zijn niet alleen het kunstpubliek van morgen, zij zijn ook de makers van de toekomst. Maar de ontwikkeling van een deel van hen vindt plaats onder de radar, buiten de officiële instellingen om. Hanna Jansen kreeg er een beetje zicht op toen zij in opdracht van de provincie Utrecht een verkenning deed van de informele infrastructuur. Vervolgens richtte ze samen met Darin Guermonprez het platform VUUUR op om beter in kaart te brengen wat er eigenlijk allemaal gebeurt op het gebied van hiphop en street culture.

“Er zijn verschillende redenen waarom hiphop, tegenwoordig een van de grootste culturele stromingen ter wereld, zo vaak buiten beeld blijft. Het persoonlijk overbrengen van kennis is de kern van hiphop: each one teach one. Representatie is daarbij belangrijk: hoe er wordt gesproken en hoe je wordt aangesproken. Vaak blijven jongeren bewust in de veilige omgeving van hun subcultuur. Maar op het moment dat ze behoefte hebben door te groeien, moet dat mogelijk en vanzelfsprekend zijn.”

VUUUR geeft antwoord op vragen als ‘hoe kom ik op dat podium?’ of ‘kan ik meedoen aan een schrijfkamp?’. Er zijn inmiddels al zeven VUUUR edities geweest, met ontmoetingen, kennis delen, aandacht voor kleding, eten, optredens en experimenteren. “Hier proberen we ook een brug te slaan tussen het opkomende en het bestaande, de beleidsmakers en instellingen enerzijds en de jonge makers anderzijds”, vertelt Jansen. “Daarnaast organiseren we schrijverskampen, waarbij vocalisten, producers en soms ook dansers zich technisch en inhoudelijk kunnen door ontwikkelen. En op heel praktisch niveau koppelen we jongeren aan gemeenten met panden die onderbenut worden. Wij betalen gas, water en licht, en zorgen ervoor dat iemand de deur opent en sluit. Zo kunnen hiphoppers uit Amersfoort bijvoorbeeld repeteren in Soest of Driebergen-Zeist.”

Recent opende in Utrecht het House of Hip Hop, in navolging van vergelijkbare plekken in Rotterdam en Den Haag die al twintig jaar bestaan. De Utrechtse variant combineert een hiphop-bibliotheek met ruimte voor dans, showcases, flexwerken, eten, het customizen van kleding, exposeren en het delen van kennis. “Met een vaste locatie zijn wij, maar ook de hiphop zichtbaarder”, stelt Jansen. “Hier komen alle elementen die voorheen losse eilandjes waren, samen onder een dak.

Afgezien van die successen denkt Jansen dat het nog beter kan. “Er moeten meer makers op invloedrijke posities komen. Daarom hebben we net een pilotproject gedaan met Leiderschap in Cultuur en de Universiteit Utrecht. Er moeten van binnenuit nieuwe leiders opstaan.”

De commerciëlen voor zijn

Er zijn al veel initiatieven om publiek te enthousiasmeren en mobiliseren voor cultuur, zowel lokaal als landelijk. Denk alleen al aan organisaties als We Are Public, Cineville en de Museumjaarkaart. Die zijn stuk voor stuk best succesvol, maar iedereen is het erover eens: de doelgroep is gebaat bij meer samenwerking en misschien zelfs fusie om zo meer impact te hebben.

“Er zijn wel erg veel clubs actief”, erkent Westerveld. “Iedereen is bezig met zijn eigen opdracht en subsidievereisten. Soms denk ik wel eens: waarom niet al het geld op een hoop gooien? Het kind moet centraal staan, en hoe we dat kind het beste kunnen bereiken.”

Hulp van de overheid is daarbij in sommige gevallen gewenst. Bijvoorbeeld om het aanbod beter zichtbaar te maken, zoals Cinekid-directeur Rouw opmerkt. “Het volwassen filmaanbod is, zeker na corona, zo groot dat de kwalitatief hoogwaardige kinderfilm amper over het voetlicht komt. Subsidies voor distributeurs en filmvertoners zouden kunnen helpen. Maar ik wens ook meer samenwerking met de NPO. Dat is onze natuurlijke medestander, maar de publieke omroep zou nog meer kunnen doen om de kinderfilm te laten floreren op bijvoorbeeld de streamingdienst NPO start.”

En als dat te lang voortduurt, is het een kwestie van tijd voordat marktpartijen in het gat springen. “Big Tech staat klaar om onze functie als culturele marktplaats over te nemen”, constateert CJP-directeur Groenen. “Maar die commerciële partijen zijn altijd uit op winstmaximalisatie in plaats van de ontwikkeling van het individu. Ze zullen inzetten op publieksfavorieten waardoor het kleine en kwetsbare het onderspit delft en het aanbod verschraalt. Daarom moeten wij als cultuursector ons verenigen om een stevig platform neer te zetten, waarvan wij de voorwaarden bepalen. Dan kunnen we iedere jongeren op het juiste moment van het juiste aanbod voorzien.”

Jongere en maker

Daniel/Drowsu (24)

Beeld: Daniel/Drowsu

Op het YouTube-kanaal van de Utrechtse Daniel, die liever geen achternaam geeft maar opereert onder de artiestennaam Drowsu, staan professioneel ogende video’s van nummers met titels als Evenwicht en Geef Me Tijd. “Ik wil mensen motiveren en inspireren”, zegt de beoefenaar van hiphop storytelling. “Mijn eerste liedjes bracht ik al zeven jaar geleden uit en nu zit ik op één à twee liedjes per jaar.”

Hij treedt af en toe op en verdient er een paar honderd euro mee maar kan nog niet leven van zijn muziek. “Doorgroeien is tegenwoordig makkelijker dan vroeger”, vertelt Daniel. “Toen ik

begon was mijn doel tekenen bij een platenlabel. Maar dat is niet meer nodig. Ik heb vrienden die me helpen met de video’s en het fotodesign waarmee ik promotie doe op Instagram en Facebook. Via social media kun je als independent doorbreken en een grote markt bereiken.”

Professioneel met muziek bezig zijn, lijkt Daniel wel wat, “als artiest, manager of in een studio”. Maar hij maakt eerst zijn werk/leeropleiding af. “Ik wil later misschien ook wel met jongeren werken en dat is ook te combineren met muziek.”

Twee belangrijke programma’s

School en omgeving werd in 2022 in het leven geroepen door het ministerie van OCW. Het doel is kansengelijkheid onder kinderen en jongeren te vergroten door extra, buitenschoolse activiteiten aan te bieden waarmee ze zichzelf kunnen ontwikkelen en de wereld op een andere manier leren kennen. Ondersteund worden erkende coalities van scholen, gemeenten en partijen rondom een school of in een wijk. De doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren die door hun thuissituatie of de plek waar ze wonen weinig tot geen toegang hebben tot sport, cultuur, techniek en natuur.

Cultuureducatie met kwaliteit is een samenwerkingsprogramma van het Ministerie van OCW, het Fonds voor Cultuurparticipatie en het LKCA. Het heeft als doel goede cultuureducatie voor alle leerlingen in Nederland mogelijk te maken, zodat zij hun talenten kunnen ontdekken en ontwikkelen. De vorm is flexibel en varieert van co-creatieprojecten in de Zaanstreek tot leerorkest Playing2Gether in Apeldoorn. Meer dan de helft van alle basisscholen doet mee aan CmK.