5 september 2007

Multicultureel theater in Nederland: de toren van Babel

TF-3 organiseerde in samenwerking met Kunsten ’92 op 5 september 2007 het debat “Multicultureel theater in Nederland: de toren van Babel”. Er woedt een strijd om het verhaal. Wat kan of mag verteld, wie kan of mag het vertellen en hoe dat te doen op het toneel? Spraakverwarringen en misverstanden spelen een grote rol in de artistieke beoordeling van multiculturele acteurs, gezelschappen en hun theatertaal.

Gespreksleider: Andrew Makkinga
Debaters o.a. Stephan Sanders (publicist en columnist), Laurien Saraber (adviseur, onderzoeker en publiciste), Ursul de Geer (regisseur, jurylid TF), Boris van der Ham (tweede kamerlid D66)

Co-referenten
o.a. Adelheid Roosen (theatermaakster), Caspar Nieuwenhuis (dramaturg en regisseur), Marcus Azzini (theatermaker) en Nelly van der Geest (Centrum voor interculturele studies HKU)

Verslag
Waar hebben we het over als we spreken over multicultureel theater? Is het waar dat dit theater nog teveel wordt beoordeeld naar de normen van klassiek theater en verhindert dat de doorstroming van multicultureel theatertalent? Kun je het aantal allochtone acteurs bij grote gezelschappen hanteren als maatstaf voor het welslagen van het multicultureel beleid? Moeten we wel apart beleid voeren om multicultureel theater te bevorderen? Komt talent niet vanzelf bovendrijven, zoals kennelijk ook minister Plasterk vindt? Wat moeten we wel en niet doen om te zorgen dat het theater beter aansluit bij de diversiteit van het Nederlandse publiek?

Ietwat vermoeid werd er aanvankelijk gereageerd op de manier waarop oude stellingen werden betrokken tijdens het debat over multicultureel theater dat tijdens theaterfestival TF3 werd georganiseerd in De Balie: ‘Moeten we het nu weer hebben over het aantal zwarte acteurs bij Toneelgroep Amsterdam?’ Maar al snel bleken verschillende opvattingen met elkaar te botsen.

Er werd olie op het vuur gegooid door de provocerende opmerkingen van Ursul de Geer. Hij vergeleek het multiculturele theater vergeleek met het vormingstoneel van de jaren zeventig. Zijn conclusie was: ‘schaf het multicultureel theater af, daar kan nooit iets goeds uit komen want het uitgangspunt deugt niet. Er is maar één maatstaf voor goed theater.’ Ook Stephan Sanders had al eerder aangegeven dat hij het niveau van het multicultureel theater beneden peil vindt: hij is weinig wonderen tegengekomen en nog altijd speelt de zwarte de slaaf en de blanke de meester. ‘Het multicultureel theater heeft te laag gemikt, het verveelt.’ Daarmee stond de discussie op scherp.

Theater dat van deze tijd is, is per definitie multicultureel, werd daar door de zaal met heftigheid tegenin gebracht. Theatermakers zoeken het klimaat dat bij hen past en in veel gevallen spelen ze liever voor een jong en multicultureel publiek. Voor lang niet iedereen is een groot gezelschap het Walhalla. Mimoun Oaïssa is daarvan een goed voorbeeld, stelt D66-kamerlid Boris van der Ham. Juist door zijn keuze om een eigen weg te gaan en niet bij Toneelgroep Amsterdam te blijven spelen, heeft hij zich kunnen ontwikkelen.

Vanuit zijn ervaring bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel en de multiculturele theatergroep Union Suspecte betoogt Ruud Gielen dat een nieuwe visie nodig is op het maken van theater. Union Suspecte voorziet oude Vlaamse verhalen van een nieuwe inhoud als gevolg van de grootstedelijke ontwikkelingen. Ze voert met haar voorstellingen een emancipatiestrijd voor dit andere theater. Deze hybride theaterprojecten moeten niet over de multiculturele samenleving gaan, maar dienen in samenwerking met diverse gemeenschappen te worden gemaakt. ‘Anders wordt de theatervoorstelling zo hol als een bus. Allochtonen moeten het theater in hun stad kunnen zien als hun huis, niet als het huis van hun burgervader.’

Multicultureel theater is geen probleem, stelt Laurien Saraber. Het is innovatie, het is participatie. ‘Onder de vlag ‘multicultureel theater’ gaat een schakering aan eigentijdse verhalen, dramaturgische experimenten, wereldbeelden en speelstijlen schuil. Er wordt geput uit de bronnen van een internationale werkelijkheid. In één adem gegrepen uit Vondel en reclameslogans, Griekse tragedies en Koerdische verzetsliederen, de Koran en Saturday Night F Fever. Er worden verbanden gelegd tussen Kung Fu, sprookjes, blaxploitation- fi lms en de missie in Afghanistan. Er zijn voorstellingen waar de cast de drama- Kunsten ’92 Nieuwsbrief 37 november 2007 turgie is. Voorstellingen over het perspectief van de buitenstaander, de vreemdeling in eigen land of de vreemdeling in jezelf. En ook over rinocerossen, de overschatting van schoonheid en de worsteling van de ouder wordend mens.’

Behalve een oproep aan beoordelaars om werk op eigen merites te beoordelen en zich in achtergronden en nuances te verdiepen, doet zij ook een oproep aan de makers om zich uit te spreken over hun eigen werk en het gesprek te blijven voeren met andere makers, politici en journalisten. Ook als het ze niet bevalt. Saraber constateert dat er op dit moment een grote lobby gaande is om in het nieuwe Nederlandse beleid ruimte te maken voor acht grote stadsgezelschappen. Is er voldoende garantie voor voortzetting van het opgebouwde beleid aangaande culturele diversiteit? Zij vreest van niet. Vernieuwing van vorm en inhoud vindt vaak plaats in het multicultureel theater, in de multiculturele samenleving. Iedereen die met theater te maken heeft moet zich open blijven stellen voor nieuwe ontwikkelingen en tendensen. Zij roept de politiek op, te stáán op een genuanceerd diversiteitsbeleid.

Culturele diversiteit moet ook in de toekomst de aandacht van de politiek hebben, vindt Marianne Versteegh namens Kunsten ’92. Het is de voedingsbodem voor artistieke ontwikkeling en theater dat midden in de samenleving wil staan zal ook nieuwe publieksgroepen willen bereiken. Stop culturele diversiteit dus niet in een hokje bij het nieuw op te richten participatiefonds cultuur. Versterk de verbinding tussen amateurkunst, de professionele kunst en cultuureducatie. Houd er rekening mee dat er veel interessants tot ontwikkeling komt buiten de gebaande paden. Maak daarvoor ruimte en sluit aan bij internationale praktijken. Zorg dat instellingen structureel aandacht kunnen besteden aan talentontwikkeling en publieksbereik. Zorg voor internationale uitwisseling en stel ons in staat meer interessant internationaal aanbod in eigen land te kunnen zien.

Laurien Saraber – bijdrage aan TF-3 multicultureel theater, Mc theater