25 mei 2007

Kunsten ’92 vraagt minister om de kwaliteit van het aanbod centraal te blijven stellen

In een brief aan Minister Plasterk uit Kunsten ’92 zich bezorgd over de gevolgen van het financieel kader en vraagt de Minister om de kwaliteit van het aanbod centraal te blijven stellen, en de mogelijkheden om het bereik van het aanbod uit te breiden te versterken.

Amsterdam, 25 mei 2007

Zeer geachte heer Plasterk,

Wij hebben begrepen dat u aan de intrinsieke betekenis van kunst en cultuur een belangrijke rol wilt toekennen in uw beleid. Dat juichen wij toe, we zien dan ook uit naar uw bijdrage aan het cultuurbeleid in de komende jaren. Kunsten ’92 ziet zowel onderscheidende kwaliteit als het bevorderen van de toegang tot de ‘wereld van verschil’ die de wereld van kunst en cultuur per definitie is, graag als uitgangspunt van het cultuurbeleid.

Het regeeraccoord spreekt van het vergroten van de cultuurparticipatie en sluit daarin aan bij het door de Raad voor Cultuur bepleite cultureel burgerschap. Om dat mogelijk te maken, is het essentieel om in en buiten het onderwijs de ‘culturele competentie’ van leerlingen te vergroten, meer mogelijkheden te scheppen voor amateurkunst, alsook een betere toegankelijkheid van openbare kunstinstellingen te bevorderen. Dat impliceert forse investeringen. Los daarvan is een ruimhartige ondersteuning van het complexe kunstaanbod (literatuur, film, muziek, toneel, dans, beeldende kunst en mengvormen daarvan) nodig. Te weinig aandacht is er in de afgelopen jaren geweest voor de wijze waarop budgetten van een groot aantal kunstinstellingen inmiddels zijn uitgehold.

Kunsten ’92 is echter zeer bezorgd over de gevolgen van het financieel kader bij het regeeraccoord voor het culturele aanbod. Ook wij vinden het belangrijk om de mogelijkheden te onderzoeken waarmee het draagvlak voor het culturele aanbod in de samenleving vergroot kan worden en -waar mogelijk en zinvol- meer prijsdifferentiatie toe te passen. Echter, diverse publicaties en onderzoeken, nu en in het verleden, tonen aan dat het realiseren van € 50 miljoen aan bezuinigingen door middel van het profijtbeginsel onhaalbaar en onwenselijk is, mede gelet op de maatschappelijke en culturele gevolgen. We verwijzen hierbij graag naar het artikel van cultuureconoom Cees Langeveld (bijgevoegd).

Met name de veelgehoorde bewering van ‘meer budget voor minder instellingen’ wekt de indruk dat bezuinigingen gemakkelijk gerealiseerd kunnen worden. Deze tendens doet echter geen recht aan het belang van een omvangrijk en gediversifieerd middensegment, dat een belangrijke schakel vormt tussen de amateurkunst en de professionele toplaag. Daar vinden veel interessante ontwikkelingen en experimenten plaats die tot nieuwe vormen leiden en vaak een sterke invloed uitoefenen op de zowel de ‘top’ als de ‘basis’. Ook internationaal staan veel kleinere en middelgrote instellingen uit Nederland in de belangstelling.

Wij doen een dringend beroep op u te zoeken naar mogelijkheden om de kwaliteit en het bereik van het aanbod te versterken. Wijzigingen in subsidie-instrumenten, interdepartementaal beleid, mecenaat, institutionalisering en schaalvergroting: al deze voorgenomen maatregelen, zoals voor een deel ook geadviseerd door de Raad voor Cultuur, kunnen alleen tot verbeteringen in het subsidiestelsel leiden, als de overheid ook op de juiste plaatsen met de passende middelen investeert. Alleen als u de kwaliteit en de ontwikkelingsmogelijkheden van het culturele aanbod centraal blijft stellen hebben al die bewegingen zin. Het Nederlandse culturele landschap is zeer divers. Dat heeft onmiskenbaar zijn keerzijde, maar vooral ook zijn nationale en internationale kracht.

Wij wensen u veel wijsheid toe en rekenen op steun voor onze zienswijze en opvattingen.

In alle hoogachting,
Namens het bestuur van Kunsten ’92

 

Ad ‘s Gravesande Voorzitter