16 juni 2009

Kunsten ’92 spreekt in bij vergadering Gemeenteraad Amsterdam

Op 16 juni werd het collegestandpunt inzake aanpassing van de Kunstenplansystematiek besproken in de Amsterdamse gemeenteraad. Kunsten ’92 liet tijdens de inspreekronde de gemeenteraad weten de voorstellen verstrekkend te vinden en riep op om meer tijd te nemen om te komen tot een grondige evaluatie, debat en aanpassingen die berusten op een gedegen argumentatie.


Inspreektekst

Geachte raadscommissie,

Mijn naam is Marianne Versteegh, algemeen secretaris van Kunsten 92, de landelijke belangenvereniging voor 400 instellingen op het gebied van kunst, cultuur en erfgoed.

Kunsten92 wil zijn zorg uitspreken ten aanzien van de voorstellen van Wethouder Gehrels.

Haar plannen herstructureren de beoordelings- en toekenningssystematiek van de kunsten op een verstrekkende wijze. Het is duidelijk dat met deze herstructurering de politiek zichzelf een groter mandaat toekent. Op welke wijze het nieuwe systeem ook positief uitwerkt voor de kunsten zelf wordt uit de voorstellen niet duidelijk. De suggestie wordt gewekt dat een groter mandaat voor het college een grotere betrokkenheid van de politiek tot gevolg zal hebben, en daarmee als vanzelfsprekend ook positief zal blijken te zijn voor de kunsten. Op welke wijze zich dat concreet zal manifesteren komt in de plannen echter niet ter sprake.

Met wethouder Gehrels constateert ook Kunsten 92 dat de beoordelingsprocedure in de kunstensector een grondige evaluatie verdient. Niet alleen in Amsterdam bleken er bij de totstandkoming van het nieuwe kunstenplan aanzienlijke verschillen van inzicht te bestaan tussen het college, zijn adviseur en de gemeenteraad. Ook in Rotterdam en bij het Rijk verliep de samenwerking tussen de overheid, adviseur en volksvertegenwoordigers allerminst vlekkeloos. Er is vanuit alle bewindsvoerders duidelijk een wens de uitwerking van het beleid meer zelf invulling te kunnen geven, en voor het maken van concrete keuzes minder afhankelijk te zijn van de onafhankelijk adviseur en de volksvertegenwoordiging. De conclusie van Gehrels dat zij ontevreden is over het systeem, is vanuit haar perspectief dus weinig verrassend – het systeem beperkt de politiek verantwoordelijken inderdaad in hun bewegingsvrijheid. Maar niet zonder reden, en niet zonder verleden. De huidige procedure belichaamt een delicate balans tussen een groot aantal uiteenlopende belangen van verschillende betrokken partijen. Het voorstel om dit historisch gegroeide systeem nu plotsklaps drastisch om te gooien kan daarom alleen worden beoordeeld op de concrete gevolgen die een dergelijke besluit zou kunnen hebben en niet op basis van enkel de zorg omtrent het draagvlak voor het cultuurbeleid en bestuurlijke ambities zoals verwoord in Gehrels’ plannen.

Kunsten 92 vindt het belangrijk dat eerst en vooral de kunstenwereld zelf nader wordt geraadpleegd over dit onderwerp. In Amsterdam is wél de voorbije kunstenplanprocedure geëvalueerd, maar niet het voorstel van wethouder Gehrels waarover u vandaag vergadert. Het is onze opvatting dat Gehrels’s gewenste maatschappelijke betrokkenheid van de kunstensector alleen kan worden bereikt indien onze sector zelf in de besluitvorming ook serieus wordt genomen. Wanneer de gemeenteraad deze plannen nu goedkeurt, wordt enig debat over de problematiek en mogelijke alternatieve oplossingsrichtingen overbodig.

Kunsten 92 verzoekt u om deze redenen de besluitvorming over de onderliggende stukken uit te stellen tot het moment waarop de voorstellen voor de hervorming van het systeem verder zijn uitgewerkt en onderdeel zijn geweest van het publieke debat. Zorgvuldigheid en draagvlak lijken immers doorslaggevender factoren te zijn voor het slagen van deze hervormingen dan de tijdsoverwegingen die vanuit politieke invalshoek een rol spelen.

Dat het kunstenveld zelf de problematiek zeer serieus neemt, mag blijken uit het feit dat dit onderwerp in een eerder stadium reeds was gekozen als thema voor het jaarlijkse Kunsten 92 debat in Paradiso tijdens de Uitmarkt op 30 augustus. Namens Kunsten 92 nodig ik u daarom van harte uit bij dit debat aanwezig te zijn en uw mening hierin te laten horen, en pas daarna tot besluitvorming over te gaan.